Pas dan op voor de overigen.

Dat Rutger Bregman met zijn boek  ’De meeste mensen deugen…’ – De Correspondent 2019 – zijn duizenden verslaat lijkt me duidelijk. Niet alleen als publieksprijs van de NS, maar zelfs een speciaal thema van het Ouderlingenblad (VBK media okt. 2020) is er aan gewijd.

De aansprekende titel is ontleend aan Alex Brenninkmeijer, de oud nationaal ombudsman die ook een grote naam heeft in Mediationland. (blz. 476). In die zin daagt het boek ook mediators uit om naar hun eigen mensbeeld te kijken.

Aan een boekbespreking zet ik mij niet; men leze het boek dat – toepasselijk wellicht- leest als een trein. Op zich houd ik niet van boeken van een dikke 500 blz., maar dit is meeslepend geschreven.

Na het lezen bekropen mij een paar gedachten met bijpassende vragen die ik maar geef voor beter. Misschien iets moeilijk te begrijpen als u het boek nog niet hebt gelezen, maart wellicht zetten ze u er toe aan.

  1. Als de meeste mensen deugen, waarom hebben dan zovelen allerlei negatieve mensbeelden ontwikkeld? En ook daarnaar gehandeld, zoals Bregman met alle oorlogsverwijzingen ook in de moderne tijd laat zien. Niet alleen politici en bevelhebbers hebben dat gedaan, maar ook wetenschappers, met name psychologen. Een traditie van eeuwen. Bregman kan nu als ondertitel van zijn boek kiezen: ‘ Een nieuwe geschiedenis van de mens’, maar wat garandeert dat zijn geschiedenis niet binnenkort ook bij het oud vuil wordt gezet? Levert hij zo – ongetwijfeld ongewild – ook een bijdrage aan de idee dat wetenschap ook maar een mening is?
  2. Als mediator spreken zijn opmerkingen over de impact van het verwachtingspatroon mij aan. Mensen lijken zich te gaan gedragen in reactie op wat anderen van het verwachten. Het Pygmalion en Golem-effect (blz. 312 ev.): goede én slechte verwachting bepalen voor een groot deel wat iemand gaat doen. Zet iemand in de context van ‘kan-die-toch niet’, en inderdaad hij kan het niet. Zet iemand in de context ’dat kun je best’ en zie daar: het lukt haar. Als idee best te hanteren, maar zijn de gevolgen wel te overzien? Drijf je mensen die het echt niet kunnen zo het ravijn van teleurstellingen en erger in? En wie heeft niet ergens grenzen en beperktheden waar hij niet verder kan?
  3. Wat duidelijk is, is de waarde en betekenis van het mensbeeld dat iemand hanteert of aanhangt. Wat voor onvoorstelbare impact heeft dat op hoe men iemand benadert/ beoordeelt. Hoe jammer is het dat we dat doorgaans maar een ondergeschikte vraag vinden. Actueel beschouwd: benadert de overheid ons als belastingfraudeurs of als mensen die ongewild weleens wat kunnen vergeten? Dat maakt nogal wat uit voor direct betrokkenen. Maar: letten we wel voldoende op achterliggende mensbeelden die ons gedrag sturen? Wie mij een beetje kent weet dat ik steeds aandacht vraag voor het mensbeeld dat iemand heeft of gebruikt en dit boek bevestigt dat belang opnieuw.

Mijn conclusie over dit boek is, met een knipoog naar de titel: als de meeste mensen deugen… pas dan op voor de overigen. Een andere variant daarop, las ik in het eerder genoemde Ouderlingenblad door Pieter Vos: ‘De meeste mensen deugen… maar lang niet altijd.’ Kortom: er is meer aan de hand dan het uitdagende mensbeeld van Bregman over de mens als de homo-puppy.

Cor Schaap, februari 2021

Bovenstaande is de persoonlijke mening van de auteur en hoeft niet de mening van het bestuur of de andere leden van PCM weer te geven.