– Filosofische gids voor het stellen van goede vragen –

Uitgave: Ambo/Anthos; 265 blz.

Met de ondertitel over het stellen van goede vragen, mag Elke Wiss (denksmederij.nl) zich natuurlijk verheugen in de aandacht van vele mediators. Beroepsmatig zijn die immers betrokken bij vragen stellen; de goede vragen tussen de partijen aan tafel of de goede vragen die de mediator zelf in zou kunnen brengen. Toch is daarin naast enthousiasme een waarschuwing op zijn plaats: het boek kan redelijk tegendraads aandoen als je hoog opgeeft over zaken als empathie, compassie, gevoelens e.d. Of juist kritisch bent op zaken als gesloten vragen, waaromvragen, begripsanalyse e.d. Wiss vliegt deze items anders aan dan je zou denken.

Socratisch gesprek

Het vlot geschreven boek staat geheel in het teken van het socratisch gesprek en legt helder uit wat je daaronder kunt verstaan. Kern is het stellen van vragen zoals Socrates dat deed. Goede vragen stellen kan de wereld tegen polarisatie beschermen, je eigen gesprekken enorm opknappen, een leuke bezigheid zijn en je jezelf beter doen kennen. (blz. 21 e.v.) Zie daar de insteek van het boek waarbij vragen een uitnodiging zijn tot nadenken, verdiepen, bij de ander blijven, denken in beweging willen zetten en leidt tot nieuwe perspectieven. (blz. 31). Tegen dat ideaalbeeld analyseert Wiss vijf drempels die ons op weg naar de goede vragen doen struikelen: over jezelf praten is veel lekkerder dan vragen stellen, een vraag stellen kan eng zijn, je scoort beter met een mening dan met een vraag, we zijn verleerd objectief te redeneren, we willen er geen tijd in investeren en we krijgen het niet als leerstof aangeboden.

Socratische houding

De ware socratische houding typeert Wiss met name in termen van nieuwsgierigheid, verwondering, onwetendheid, verlangen naar verdieping (blz. 82 e.v.). Maar ook de moed om juist vragen te stellen. Daarbij niet niet-oordelen, maar je voortdurende actie van oordelen totaal niet serieus nemen. In dat verband spreekt ze over ‘perspectivistische lenigheid’ om zaken vanuit verschillende invalshoeken te beoordelen. Boeiend is haar pleidooi om niet-weten van twijfelen te onderscheiden. Verrassend haar pleidooi tegen empathie, “doen we even niet”. Juist het doorvragen levert ondanks verlegenheid en verwarring, of zelfs irritatie de gewenste helderheid op. “Het socratisch gesprek is een denkgesprek, een onderzoeksgesprek, waarin deelnemers onderzoeken wat ze denken en waarom ze dat denken” (blz.134) met als doel Wijsheid.

Procesmatig

Procesmatig gaat het socratisch gesprek niet uit van vooraf geformuleerde definities, maar uit van een algemene filosofische vraag (bijvoorbeeld: Wat is liegen?) en concretiseert dat aan de hand van een bepaalde ervaring of situatie. Op weg naar het eindresultaat gaat het niet om meningen of gevoelens, maar om een consensus van een gedeelde conclusie op welk niveau dan ook. Die gedeelde conclusie kan ook in een elenchus zitten, dat onze eerste vooronderstelling drijfzand blijken of de aporie van het uiteindelijk niet-weten. Je bent dus gewaarschuwd.

Competenties

Het overzicht van de vereiste competenties zal mening mediator aanspreken: alles begint met goed luisteren. Daarbij onderscheid Wiss ‘ik-luisteren’ (wat vind ik er van, wat kan ik er mee doen),’ jij-luisteren’ (wat bedoel jij precies met jouw verhaal) en ‘wij-luisteren’ dat meer op metaniveau is. Zij pleit voor jij-luisteren, om zo dicht mogelijk bij de ander te komen. Een tweede aspect is het serieus nemen van de taal van de ander: let op woordkeus en lichaamstaal. Het derde aspect van toestemming vragen tot het voeren van zo’n gesprek, doet in deze opsomming wat merkwaardig aan. Boeiender is het aspect van vertragen: geef het denken ruimte en tijd. En tenslotte: verdraag frustratie als je vastloopt.

Modellen van vraagstelling

Verhelderend zijn de modellen die Wiss ontwikkelt in de’ richtingen’ waarin je kunt vragen. Je kunt naar de feiten vragen en daarop doorvragen (naar beneden). Of naar wat erachter of onder zit aan meningen en oordelen (‘naar boven’ noemt Wiss dat, in navolging van Hans Bolten, blz. 188). Daarbij ook het uitvragen naar het hittepunt, doorvragen naar exacte omslagmomenten in denken of voelen: bijvoorbeeld: wanneer werd je precies boos? Om aansluitend dan weer de overstijgende boven-ideeën aan te snijden om het maar platonisch te zeggen.

Op weg naar een recept van goede vragen, stelt Wiss een aantal praktische zaken aan de orde: het nut van een gesloten vraag, het letten op het eerste woord van je vraag, de kracht en zwakte van de waaromvraag kan tot inzicht leiden als het aspect van verantwoording-moeten-afleggen wordt onderkend) en de metavraag van ‘vertel eens…’ als een ventiel van emoties. Ook de valkuilen op die weg naar goede vragen beschrijft ze boeiend: iets vragen terwijl je eigenlijk iets wilt zeggen, niet helder hebben wat je met een vraag wilt, vage vragen, cocktail-vragen, komma-sukkel vragen met insinuaties of suggesties (wat dom zeg; je kunt er haast ‘sukkel’ achter denken).

Doorvragen in het gesprek

Het vijfde hoofdstuk zoomt Wiss in op het gesprek dat met deze houding, competenties, kennis etc. doorwerkt. Wiss gebruikt het beeld van het domino spel waar, vragen en antwoorden als de juiste stenen op elkaar aansluiten. Een ja/nee-vraag niet eerst met een verhaal beantwoorden, maar inderdaad met een ja of nee en dan pas een eventueel motiveringsverhaal. Boeiend is daarbij het model dat ze hanteert van de twee richtingen van het doorvragen: doorvragen in de eigen denkrichting (hoe weet jij dat zeker) en doorvragen vanuit een ander standpunt (wat zou iemand zeggen die het niet met je eens is?) Het socratisch karakter onderkennen we natuurlijk scherp als Wiss pleit voor het doorvragen op concepten of het zoeken naar een centraal concept in een verhaal. Daarbij komt ook de confrontatie aan bod met vragen als ‘wat zeg je nu eigenlijk?’. Dat kan een confrontatie met de ander zijn, maar ook uiteindelijk met jezelf: wat zeg ik nu eigenlijk? De aandacht die het hele boek heeft voor de mening van de ander (jij-luisteren e.d.) rondt Wiss boeiend af; we zijn gewend om ik-luisteren te praktiseren, maar parkeer dat even om eerst naar de ander te luisteren: ‘eerst begrijpen, dan begrepen worden’… Boeiend wat jij vindt, ben je ook benieuwd hoe ik er over denk?’

Hoe ik over dit boek denk? Boeiend en de moeite waard!

Cor Schaap, februari 2021

 

Bovenstaande is de persoonlijke mening van de auteur en hoeft niet de mening van het bestuur of de andere leden van PCM weer te geven.